




|
|
Reuen 65 tot 73 cm, teven 60 tot 68 cm
|
|
|
Reuen 35 tot 45 kg, teven 30 tot 40 kg
|
|
|
Reuen 65 tot 70 cm, teven 60 tot 65 cm
|
|
|
Reuen 45 tot 55 kg, teven 40 tot 50 kg
|
|
|
Reuen 71 tot 75 cm, teven 66 tot 70 cm
|
|
|
Reuen 40 tot 52 kg, teven 30 tot 42 kg
|
|
|
Reuen 62 tot 70 cm, teven 59 tot 65 cm
|
|
|
Reuen 36 tot 45 kg, teven 30 tot 37 kg
|
|
|
Reuen 70 tot 80 cm, teven 65 tot 72 cm
|
|
|
Reuen 50 tot 60 kg, teven 45 tot 55 kg
|








|
|
Oorspronkelijk hadden beide streken een eigen ras dewelke echter zeer veel overeenkomsten hadden. In 1958 zijn deze beide rassen samengevoegd tot één ras.
|
|
|
Deze 2 varianten ontstonden waarschijnlijk door de jaarlijkse transhumance van de herders.
|
|
|
Is een zeer gewaardeerde waakhond in zijn land van oorsprong evenals in Amerika, Australië en Canada.
|
|
|
Van deze honden bestaan zowel show_ als werk-
|
|
|
Witte vacht met ivoorkleurige nuances. Licht gele tot licht oranje vlekken zijn beperkt toegelaten.
|
|
|
Zowel in actie als in rust mag de staart nooit hoger gedragen worden dan de ruglijn.
|
|
|
Lange staart die tot voorbij de hak reikt.
|
|
|
De typische lighouding met gekruiste voorpoten.
|
|
|
Een konische snuit, amandelvormige ogen en hoogaangezette kleine oren.
|
|
|
Heeft een vast maatje, de Polski Owcarek Nizinny.
|
|
|
Uitsluitend witte vacht.
|
|
|
Heeft het meest robuuste voorkomen van de 5 witte.
|
|
|
De Hongaarse elite-
|
|
|
Begin 20e eeuw was deze eens zo adellijke hond gedegradeerd tot een gewone straathond.
|
|
|
Wegens WO II en verschillende conflicten in Hongarijë was begin jaren 60 de Kuvasz bijna volledig verdwenen.
|
|
|
Wit met ivoorkleurige nuances.
|
|
|
De golving in de vacht.
|
|
|
Deze honden zouden eerder verwant zijn aan de witte poolhonden.
|
|
|
Cuvac is afgeleid van čúvat, wat “horen” betekent
|
|
|
Wit, een lichte geelkleurige schijn bij de ooraanzet is zeer beperkt toegestaan.
|
|
|
Is de kleinste van de 5 witte.
|
|
|
Wordt heden ten dage nog succesvol ingezet als kuddebeschermer.
|
|
|
Heeft een temperamentvol maatje, de Pyreneese Herder.
|
|
|
Was destijds een zeer gewaardeerde hond aan het Franse hof.
|
|
|
Overwegend witte vacht met licht grijze, licht gele tot licht oranje of licht bruine vlekken aan het hoofd, de oren en de staartaanzet. Deze vlekken mogen niet overheersen.
|
|
|
De dubbele wolfsklauwen aan de achterpoten.
|
|
|
In rust hangt de staart naar beneden, in actie wordt die wielvormig boven de rug gedragen.
|
|
|
Is de grootste van de 5 witte.
|
